Hoe heb ik de afgelopen bestuursperiode ervaren

De periode 2010 – 2014.

In 2010 kwam het CDA niet terug in het college ondanks dat zij grootste partij was en het initiatief hadden bij de coalitiebesprekingen. Het kwam er eigenlijk op neer dat alle andere partijen bij de coalitievorming in 2014 te veel op hun eigen programma moesten inleveren om aan een coalitie met het CDA te mogen deel nemen. Na enkele weken praten zonder vorderingen kwam er een initiatief voor een coalitie ODS, de Onafhankelijke Partij en PvdA /GL. De besprekingen gingen direct op een prettige manier en de nieuwe coalitie was geboren. Dit tot grote frustratie van het CDA. De gehele collegeperiode 2010-2014 had de nieuwe coalitie te maken met “oppositie op het scherpst van de snede” zoals het CDA dat noemde.

Er werd gekozen voor een college met 3 wethouders omdat een 4e wethouder niets zou toevoegen  maar wel extra kosten met zich mee zou brengen. Het gevolg daarvan  was echter wel dat er bestuurd moest worden met een meerderheid van slechts één zetel. De nieuwe coalitie moest alle zeilen bijzetten en ervoor zorgen dat alle raadsleden van de coalitie elke vergadering aanwezig waren. De oppositiepartijen CDA, GBS en VVD waren er op uit het college te laten vallen. Vooral het CDA die zich jarenlang onaantastbaar had gevoeld. Het waren 4 woelige jaren waar zelfs een mediator aan te pas moest komen om de verhoudingen in de raad te verbeteren. Het was een politiek dieptepunt in de geschiedenis van Stede Broec.

De verkiezingen 2014 kwam in het zicht en Stede Broec kleurde groen: het CDA deed er alles aan de macht terug te winnen en ging zelfs een lijstverbinding aan met de fracties GBS en de VVD om een eventuele restzetel binnen te halen.

De uitslag van de verkiezingen in 2014

ODS werd de grootste partij en haalde de zesde zetel net niet (op enkele tientallen stemmen na.) De Onafhankelijke Partij haalde meer stemmen dan in 2010 (terwijl verder alle andere partijen minder stemmen kregen). PvdA/GL verloor een zetel. De reststemmen (bijna allemaal voor ODS) gingen naar GBS waardoor zij een restzetel bij kregen en dat ondanks dat ze in stemmenaantal verloren t.o.v. 2010.
De zittende coalitie ODS, Onafhankelijke Partij en PvdA/GL was haar meerderheid kwijt.

Coalitievorming 2014
ODS mocht als grootste partij het initiatief nemen. Omdat de zittende coalitie ODS, Onafhankelijke Partij en PvdA/GL haar meerderheid kwijt was, was er een 4e partij nodig. De fracties CDA, GBS en de VVD hielden hun lijstverbinding in stand en de onderhandelingen draaide op niets uit. PvdA / GL koos voor de zekerheid voor deelname in het college. De huidige coalitie was geboren met 12 zetels en in de oppositie ODS en de Onafhankelijke Partij met 7 zetels.

Nieuwe college van start 2014

Meteen na het aantreden van het nieuwe college CDA , GBS, VVD en PvdA/GroenLinks werd er, zonder enige afweging ten opzichte van andere noodzakelijke uitgaven, meteen
€ 650.000 besteed aan de aanleg van kunstgrasvelden. Uit een eerder gehouden onderzoek van de gemeente Stede Broec naar de aanleg van kunstgrasvelden (uit 2007) bleek dat volgens de normen van NOC*NSF er voordoende velden beschikbaar waren om alle teams op te vangen tijdens trainings- en wedstrijddagen. Het advies indertijd was dat er geen noodzaak was voor de aanleg van kunstgrasvelden. Na dat rapport is er besloten niet te investeren in kunstgras maar de grasvelden te renoveren. Dat heeft heel veel geld gekost en die investering is bij de aanleg van het kunstgras in 2014 deels teniet gedaan. Er is in 2014 ook geen enkele discussie of afweging gemaakt door de coalitie partijen over de noodzaak van kunstgras. Er is toen zelfs besloten een aantal natuurgrasvelden af te stoten die niet meer nodig waren. Wat neer komt op kapitaal vernietiging.

Na jaren van bezuinigingen (13 % op de subsidies van alle verenigingen)was dit beleid moeilijk uit te leggen. De portefeuillehouder sport van het CDA noemde het “krachtdadig besturen waar de ambtenaren nog aan moesten wennen”. Coalitiepartij VVD steunde deze uitgave nadat deze partij kort daarvoor (tijdens de verkiezingen) nog het volgende zei: “ de tijd van cadeautjes geven is voorbij”.

Dat krachtdadig besturen hebben we wel bij de problemen rond de Muziekschool gemist.  Het heeft heel lang geduurd, ondanks de vele signalen, voor het college daar ingreep. Het zou de verantwoording van het bestuur van de Muziekschool zijn. Pas toen het nieuwe bestuur van de Muziekschool zelf met een onderzoek kwam (met onthutsende conclusies)  liet het college wel een onafhankelijk onderzoek doen. Dat rapport kwam met nagenoeg dezelfde conclusies. GBS wethouder Flierman die als voorzitter van de Muziekschool mede verantwoordelijk was moest aftreden.

Dat krachtdadig besturen hebben we ook gemist bij sterrenwacht Orion in het Streekbos die met meerder problemen kampte. Onder andere de elektrische installatie van het gebouw is niet stabiel waardoor grote schade ontstond. Pas na vele vragen en een motie van de Onafhankelijke Partij kwam er beweging in de zaak.

Dan is er nog de uitvoering van het Waterplan (wat mij na aan het hart ligt; vele jaren heb ik daaraan gewerkt). Er lag in 2014 een panklaar plan met een uitvoeringstermijn van 10 jaar om het plan financieel mogelijk te maken en de ambtelijke inzet te kunnen plannen. Het plan is vele malen door de Onafhankelijke Partij onder de aandacht van het college en raad gebracht. De communicatie vanuit het college naar de raad was slecht en onvolledig en duurde vaak veel te lang. Wij hebben als raad de taak het college te controleren op een uitvoering van plannen. Echter de coalitiepartijen ervaren dat anders: ze hebben er echter nooit een vraag over gesteld

Alle partijen zeggen burgerparticipatie hoog in het vaandel te hebben. De maatregelen die in het waterplan opgenomen zijn komen voort uit de wensen van de burgers. Het plan is unaniem door de raad aangenomen: daarmee zijn verwachtingen gewekt. Maar de maatregelen voor 2018 zijn geschrapt met als enige uitleg dat er geen geld voor zou zijn. Dat, terwijl door de overdracht van het onderhoud van het water (baggeren) aan het waterschap een bedrag van € 70.000 per jaar uit het plan overblijft. Het waterplan betaald zichzelf. Ook hierin hebben de coalitiepartijen zonder enige discussie het college gevolgd. Hoe serieus ben je dan ten aanzien van je controlerende taak en burgerparticipatie?! .

Het is voor mij moeilijk te begrijpen hoe makkelijk het college aan gemaakte afspraken voorbij gaat. Wat mij toch van het hart moet is dat het CDA het volgende in haar verkiezingsprogramma 2014 schreef over de periode 2010-2014. Het Waterplan van Stede Broec (waar ik jaren aan gewerkt had), tonnen had gekost. Men schreef zelfs: “u leest goed tonnen!”. In werkelijkheid had het waterplan € 30.000 gekost waarvan het Waterschap nog de helft betaald heeft. We houden nu € 70.000 per jaar over aan baggerkosten omdat het waterschap het beheer en onderhoud (zoals het baggeren) van Stede Broec overneemt.

Decentralisatie

Gemeenten zijn per 1 januari 2015 verantwoordelijk voor uitvoering van de Jeugdwet, Wmo en de Participatiewet. De bedoeling is minder regeldruk voor inwoners. De regels moeten zo eenvoudig mogelijk zijn. Inwoners met ingewikkelde problemen kunnen terecht bij 1 aanspreekpunt. De gemeente krijgt 1 budget vanuit het gemeentefonds. Dat is op zich prima.

Er is echter flink bezuinigd op deze zorg taken bij de decentralisatie met een z.g. ‘efficiëntie korting’ van het Rijk. Maar wat bleek echter? Er bleef toch nog heel veel zorggeld over. Dit werd keurig gestort in de reserve Sociaal Domein. Maar bij de kadernota 2016 is uit deze reserve ruim € 2,1 miljoen(!) vrijgevallen in de algemene reserve. Van dit geld is in Stede Broec de afgelopen jaren heel veel besteed aan andere zaken dan de zorg, waar het voor bedoeld was. Wij hebben mede om die reden de kadernota 2016 afgekeurd. Waar de Onafhankelijke Partij voor waarschuwde zien we nu gebeuren: de zorgkosten stijgen weer (vooral op onderdeel Jeugdzorg) en vanuit het Rijk komt hiervoor minder geld binnen (dit stond ook al in de begroting 2018!). In Stede Broec houden we een financiële buffer aan van 20% van de uitkering van het Rijk de rest mag naar de algemene reserve (en dus uitgegeven worden aan andere zaken). Er zijn echter gemeenten die dit overgebleven geld nog niet uitgeven aan andere zaken en eerst willen zien hoe de decentralisatie van de (Jeugd)zorg op de wat langere termijn uitwerkt. Dat was ook het standpunt van de Onafhankelijke Partij.

Aan het eind van 2017 is wethouder Jan Munnik (GBS) afgetreden omdat hij steeds geen antwoorden kon geven op gestelde vragen van raadsleden rond de zorgtaken. In een rapport kwam naar voren dat Stede Broec er ten opzichte van Enkhuizen en Drechterland het slechtste uit kwam. Dat terwijl we er bij de start in 2014 op dit terrein het best voor stonden in de regio!

Nadat wethouder Munnik was afgetreden ging het college door met 3 wethouders. Dat is ook geen enkel probleem. Bijzonder was dat de fractievoorzitter van de VVD in de commissie voorstelde de nog zittende wethouders een salarisverhoging te geven van 20% omdat ze de taken van de vertrokken wethouder overnamen. Dat hadden we niet verwacht van de partij die bij de verkiezingen in 2014 zei dat “de tijd van cadeautjes” geven voorbij was.

Camping Broekerhaven

Onafhankelijke Partij wilde wachten met het privatiseren van de camping in ieder geval tot het tracé van de aansluiting van de N23 op de houtrib dijk bekend zou zijn. Wij hebben een motie ingediend om samen met de staanplaatshouders de camping op te waarderen om zo deze periode te overbruggen. Alleen ODS stemde voor de motie. Het voorstel van het college om de camping te privatiseren werd aangenomen. In de daaropvolgende periode was de communicatie vanuit het college slecht. Bijna geen enkele van de (door de oppositie) gestelde vragen is beantwoord. Dit onder het mom: als we nu informatie geven ligt het straks bij de rechter. Toen de verkoop van de camping eenmaal rond was en er dus gelegenheid was om vragen te beantwoorden, steunde en kreunde de wethouder….In deze zaak heeft de raad niet meer dan A-4tje met informatie gekregen. Daar moeten wij ons dan (ook achteraf nog) maar op baseren. Dit lijkt toch op een arrogante manier van besturen.


Veilige fietsers oversteek veilingweg / N302
Direct bij de eerste raadsvergadering van de nieuwe raad in 2014 vroeg ik aandacht voor deze fietsers oversteekplek.  De nieuwe VVD wethouder zei meteen toe dit op te lossen. Dit stond echter niet in de notulen en werd de volgende vergadering ontkend dat het toe gezegd was. Er waren destijds (ongeveer in 2010) een aantal ongevallen gebeurd en er werd indertijd actie van mij als wethouder gevraagd voornamelijk door het CDA. Als portefeuillehouder verkeer had ik ervoor gezorgd dat deze kruising op de prioriteiten lijst van de Provincie kwam. De uitvoering was in 2018 gepland er was door de provincie een grove raming gemaakt voor een tunnel of een brug wat veel zou gaan kosten ook voor Stede Broec. In 2017 heb ik in de raad gevraagd om alvast geld voor dit kruispunt te reserveren:  maar dat kruispunt was voor geen van de andere partijen nog een punt. Het was volgens het college niet aan de orde omdat het was uitgesteld en een zaak van de Provincie. Er is hierover in de commissie of raad nooit iets gemeld en op de site van de Provincie stond dat het was uitgesteld naar 2023! Toch vindt de Onafhankelijke Partij dat we als gemeenten nu al rekening moeten houden met deze toekomstige kosten (begroot op enkele miljoenen) omdat Stede Broec wel degelijk zal moet bijdragen. Vooruitgeschoven kan straks niet meer.

Asbest
Het Rijk heeft besloten dat in 2024 al het asbest van de daken verwijderd moet zijn. De wethouder milieu wees de commissie hierop  in de vergadering van GGZ van 5 februari 2018. Dat is nu nog kort dag. De bedrijven die dit asbest moeten saneren zitten nu al vol dus dat kan een probleem worden. De Onafhankelijke Partij zag dit probleem jaren terug al ontstaan en ik heb indertijd als portefeuillehouder milieu ervoor gezorgd dat al het asbest uit de slootkanten is verwijderd. Op plaatsen waar asbestdaken die afvoeren op het openwater moet de bagger voor het baggeren op asbest bemonsterd worden. Het bemonsteren kost al veel geld maar als de bagger met asbest vervuild is kost het nog veel meer omdat het dan apart afgevoerd moet worden. Dat allemaal naast het gezondheidsrisico. Dat risico wordt nog veel groter bij een brand waar asbest bij vrij komt. Dat kan voor de gemeente ook nog een kostenrisico in houden omdat gemeenten vaak opdraaien voor de opruim kosten als dat niet te verhalen is. Wij hebben dat als Onafhankelijke Partij uit onderzoek blijkt dat er uitloging van het oppervlak aan asbestdaken in Stede Broec ongeveer 350 kg asbestvezels in de omgeving vrij komt.

Dit alles was voor de Onafhankelijke Partij genoeg reden om het asbest aan te pakken. We hebben in 2014 een motie ingediend om middels een subsidie te stimuleren dat de asbestdaken verwijderd worden. De gemeente Koggenland en Opmeer hadden dat al met succes zo gedaan. Er was geen meerderheid voor onze motie. De coalitie CDA, GBS, VVD PvdA/GL  zagen de noodzaak er niet van in. Maar als we nu in de programma’s van enkele andere fracties kijken zien we dat nu ook zij het opruimen van het asbest opgenomen hebben….het kan verkeren.

Ik heb hier op een aantal zaken in gegaan er is natuurlijk nog veel meer te melden.Als onafhankelijke partij hebben we de afgelopen 4 jaar een heel aantal amendementen en moties ingediend. Dit zijn voor eventuele belangstellende terug te vinden op de gemeente site.

Piet Zwaan (oud wethouder en nu nog fractievoorzitter van de Onafhankelijke Partij)